Een bekentenis.
Als we het over breien hebben ben ik een absolute nul. Het enige wat ik ooit ten berde bracht met behulp van wol en twee priemen was deze haarspeld:

Met veel fantasie een bloem maar eigenlijk gewoon een opgerold worstje met wat rood lint er onder. Dat worstje kostte me twee treinritten. En dat was - in tijd uitgedrukt - net even veel als een volledig paar vilten babyslofjes. Dus tot zo ver de goesting, of in elk geval tot zo ver het geduld.
Gelukkig heb ik een breiteam. Bestaande uit de helft van het viergeslacht waar Liv en ikzelf deel van uitmaken. Met de randinfo dat ook mijn dochter nog geen eigen sjaals kan breien weet u dat ik het over mijn moeder en grootmoeder heb. Aka Livs 'Omabetty' en mijn 'Mema'.
Toen Livs vake en ik het in ons hoofd kregen om 'putteke winter' te trouwen voorzag Mema mij van mouwen. En toen ik het in mijn hoofd kreeg om Livs doopsuiker in gestreepte zakjes te stoppen voorzag Livs Omabetty ons van 300 van deze exemplaren:
Dus toen ik deze week deze slofjes zag bij Annelyse wist ik exact waar ik heen moest om het patroontje te vergroten zodat ze ook passen voor een 6-maander. Vraag me niet hoe ze dat deden, mijn breidames. Want ik snap er geen steek van. Maar het proefmodel past alvast, en ik vind het proefmodel een plaats op Livs 'schoenenrek' waardig:
Ondanks mijn algehele blogstilte wat betreft 'zelfgemaakt', (wegens nog steeds bezig met een uit de hand gelopen project), komt er hier op die manier dus toch nog handwerk in huis. Oef.
Ps: de rol behang waar de slofjes tegen leunen komt van bij Priem in Gent. Met dank aan de dames die me daar, een paar berichten geleden, met aandrang heen hebben gestuurd. U bent - net als de zussen in die winkel - geweldig.








