Ziehier...
... een scholier.
Met rugzak. Ik hield
woord. Dat woord liep niet bepaald van een leien dakje. Mijn taalgebruik tijdens het maakproces was niet voor kinderoren. Ik smeet uit frustratie de rugzak zaterdagnacht in de lappenmand. En mijn grieven op Facebook. Dat hielp. De volgende ochtend vond ik er een waar cheerleaderskoor. Ik bezit duidelijk een supportteam om u tegen te zeggen. Zondagavond was hij af.
Wat was het plan?
De stof lag al lang vast.
Olifanten. Zoals die van
Zannes jas. Ik vond die jas alleen wel genoeg van het goede. Maar als je tegen Liv zegt 'moeke zal je boterham smeren' en even later schotelt vake er haar eentje voor, dan gaat ze in hongerstaking. 'Een zakje met olifanten', was gezegd. Een zakje met olifanten zou het zijn. En ik
changede niets aan het
winning team: die blauwe paspel, die deed het
hier al wonderwel.
Ik ben op zich een vrij geruste kleutermoeder want ik heb de perfecte hulplijn: een vriendin/kleuterleidster. Ik leerde van grote naamlabels en kapstoklussen, van nauw aansluitende gewatteerde jassen, van wanten ipv handschoenen met vingers. Ik kreeg antwoord op existentiële levensvragen als daar zijn 'hoe geef je een mandarijn mee aan een kleuter'. En ik leerde dat kleutertassen, in het kader van de zelfredzaamheid, best 'rugzak' zijn en 'niet te klein'.
Als basis nam ik de oppervlakte van een voorbeeldrugzak. Maar ik maakte hem wat dieper om aan grootte te winnen. En daarna ging ik voor een hele hoop folliekes. (Geen correct Nederlands, zeker? 'Speciallekes' dan?)
Mijn
vorige rugzakje had een vlakke voorkant maar die stof was levendiger. Met deze eenkleurige stof wilde ik dat vlak wat breken, en liefst niet door versiering. Dus maakte ik een buik, met vier welgeplaatste neepjes.
Zo ontstond een voorvakje voor Livs drinkbus. Ik won ooit een stuk strijkvinyl bij
Van Marieke. Daarmee bekleedde ik de binnenkant van dat voorvak, tegen drinkbuslekken. Ik vinylde ook de bodemstof van de rugzak, tegen per-vergissing-in-een-plas-neerzetten. De rest van de stof is op voorhand
op deze manier behandeld met 'HG-waterdicht'. Ik verwachtte een beetje een chemisch en plastiekerig effect, maar niets van dat: je kan aan de stof niet eens voelen/ruiken/zien dat het water er zo afloopt.
Naast de rits van dat voorvak stopte ik reflecterende paspel. En ik voorzag een haakje. Eigenlijk voor een label met 'ik ga naar de opvang' of 'moeke haalt me op'. Maar toen Liv met het zakje thuiskwam was het haakje al geclaimd. Door 'jufAnnikvandeboererijklas'. Om de boekentas in de juiste kring te doen belanden. Wen er maar aan, moeder, jufs wil is wet vanaf nu...
Aan de binnenkant zit een geplastificeerd vakje voor een naamlabel. En bovenaan, op jufvraag, een grote ophanglus.
Waarom ik dan vloekte? Omdat ik beter
haar raad had gevolgd. U ziet hierboven geen rugzak, maar een verstevigde burcht. Nikste vulling, het ding blijft gewoon staan. Volgens mij zelfs als u er bovenop gaat zitten.
Ik verstevigde de rugzak vooraan, achteraan en onderaan met Fast2Fuse. 'Stop dat apart in een voering en plak dat met velcro binnenin de rugzak vast'. Zei
zij. Maar ik luisterde niet. Ik moest en zou dat in de voering verwerken. Wel, zulke koppigaards als ondergetekende, die vloeken dan maar een beetje. Want neem maar eens een bocht van 1 cm diameter door een laag of zes stof, twee lagen strijkvinyl, paspel, en wat resten slecht afgeknipte Fast2Fuse (wat u gerust 'het karton der vlieselines' kunt noemen.) Geen makkie. De paspel is dan ook niet overal mooi. En door de strijkvinyl gaat de hoeken aan de onderkant in de bocht een beetje bol staan.
En dan zwijgen we nog over het feit dat ik, aan het eind van de rit, een van de rugriemen omgedraaid bleek te hebben. Maar dat merkte ik zelf pas bij de derde pasbeurt, dus de kans dat Liv tijdens haar kleutercarrière ooit genoeg handwerkinzicht krijgt om me dat kwalijk te nemen, is gelukkig klein.
Ze dartelde naar school, onze kleuter. Op de foto nog heel uitgelaten. In de speelplaatskring van de boerderijklas duidelijk met vlinders in de buik, een beetje stiller, maar nog steeds met brede glimlach. Ze zwaaide. Liep binnen.
Een halve dag later had ze een jeans aan in plaats van het rokje. Tja. Maar het rokje (volgens
dit recept, stof ook
hiervandaan) paste wel bij de dag. Want in het bos had ze geleerd dat je geen paddenstoelen mag stukmaken want daar wonen kabouters in. Ze had geen fruit gegeten maar wel gedronken. Ze had een symbool mogen kiezen en ging voor de sneeuwman. Vake-de-winterliefhebber zal blij zijn. Verder was ze redelijk uitgeteld. Maar de kribbe? Neu, daar zie je haar niet meer!