Posts tonen met het label selfish sewing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label selfish sewing. Alle posts tonen

dinsdag 18 juli 2017

Een streepje rok

Tijdens het schrijven van mijn maxirokhandleiding wilde ik oorspronkelijk ook voor midi gaan. De keuze voor het juiste percentage showbeen is afhankelijk van verschillende factoren. Al dan niet aanwezige complexen, bijvoorbeeld. Maar ook gelegenheid, fiets- en wandelbaarheid, of combineerbaar schoeisel. Of de benen in kwestie de zon al tegen het lijf liepen is een factor die kan meespelen. En in niet nader genoemde gevallen hebben eventuele partners zo ook hun voorkeuren. Enfin, ik wilde dus voor een brede range aan mogelijkheden gaan bij het aanbieden van tips over rokken en splitten.

Helaas. Voor een midiskirt bleek de handleiding waardeloos. Waar een recht model in lange versie met elegante tred gedragen kan worden, werd de rok in scheenbeenlange uitvoering een rechte, vormeloze balk. Een ding met - indien gekozen voor een split aan beide kanten - schortallures. Het voorpand viel niet, het flapte. En hoewel ik er in de peuterversie van Hide ’n Seek ooit voor koos om een van de patroondelen ‘kontflap’ te dopen: een damesrok, dat hoort niet te flappen.

Edoch. Ik vond de teststof te leuk om als UFO* te parkeren. Het streepjespaneel - net als de maxistof gescoord bij Pauli - is erg stevig (denk punto di roma) uiterst makkelijk verwerkbaar en aangenaam om dragen. Dus ik stikte 1 zijnaad dicht, en schuinde die uit. 


Ook de bovenkant van de rok kreeg een kokersnit, aan de kant van de split behield ik de lijn recht naar beneden. De doorloop van de streepjes is bijna goed / goed genoeg.


En kijk, een doordrager was geboren. Ik droeg de rok deze zomer al in eerder elegante combinaties als deze, maar ook met een losse top en sneakers. 


Telkens ik iets voor mezelf naai en wil bloggen, herinner ik me weer waarom ik dat eerder zelden doe. Die wederhelft van mij heeft vele talenten. (Bijvoorbeeld zich uitspreken over al dan niet elegante kledingcombinaties en percentage bedekt versus onthuld been.) Maar fotograferen… helaas. Meestal komen we tot een oogst van bij benadering 4/100.

Ofwel richtte hij volle lensaandacht op de traaggroeiende haag helemaal vooraan in beeld. Ofwel op de fotobombers. Ofwel op het onkruid dat ad interim met te veel enthousiasme de functie van gras invult.


Vallen vervolgens af: alle exemplaren waarvoor ik lijflijke drempels moet overwinnen, én plaatjes waarop de dansende streepjes u mogelijk zeeziek maken. Het is zomer, dan eet men al eens wat later, wie weet heeft u net een volle maag op het uur dat ik dit schrijfsel de wereld in stuur.

Maar kijk. Neuters gonna neut, zegt Eva, die me tot het hele rokding inspireerde. Al mijn voorgaand geknor om een volgeladen fotoprullenmand vervalt in het niets bij het ontdekken van deze. Ook een photobomber die aandacht nodig had. En een hele hoop streepjes in alle richtingen. Maar dan streepjes die mij doen duizelen op een andere manier! ♥  


(*UnFinishedObject)

dinsdag 27 juni 2017

Maxirok voor dames

Maxirok, voor kleine en grote dames, schreef ik dus. En ik zou niet durven beweren dat je er ook mee aan de slag kunt voor een rondje selfish sewing, als ik dat niet zelf eerst eens had getest. Ik presenteer u: een maxirok voor mezelf, met 1 split, volgens de verse maxirokhandleiding die ik hier al voor kleine dames demonstreerde.

Ik ben grote fan van het 'snuisterassortiment' van stoffen Pauli in Leuven, maar ik geraak zelf niet altijd ter plekke. Gelukkig kon ik rekenen op mijn stromadammen, die, gewapend met de camera van hun smartphone als directe communicatielijn, gingen voelen en snuffelen in mijn plaats.

Dat resulteerde in deze rok.


Ja, die binnenkant is oranje.


We moeten zelfs stellen: fluo-oranje. De aankoop van de stof moet je je als volgt voorstellen. Aan de ene kant van de lijn een fronsende ik. Op mijn scherm een soort regenboog aan paars, die bij elke halve kantelgraad van de telefoon een andere kleur leek te krijgen. De stof deed me nog het meest denken aan een zeemeermin. En dat gecombineerd met een oranje binnenkant. Euh. What where they thinking?

'They', aan de andere kant van de lijn, waren intussen getransformeerd in twee kirrende kangoeroes. Hoe harder mijn wenkbrauwen zich richting aarde bogen, onder invloed van twijfel en zwaartekracht, hoe meer de dames in de winkel op en neer stuiterden van enthousiasme. Nummer 1 verborg me nooit haar liefde voor maxirokken. Nummer 2 is dan weer bedreven in het stijlvol in beeld brengen van zeemeerminnen. Dus ik fronste wel maar liet hen begaan, voor het dak van Pauli er skippybalgewijs af zou vliegen. Ze huppelden naar de kassa.

En toen kreeg ik de stof in mijn handen. En snapte ik het hele over the moon zijn en de trampoline-imitatie.  Er zullen vast voor- en tegenstanders zijn, maar ik vind de stof wat men bij de Noorderburen als 'onwijs gaaf' zou omschrijven.


De oranje binnenkant schijnt lichtjes door de blauwe (niet paarse) buitenstof heen. Ik doorstikte - de boel was toch al gewaagd, waarom niet - met oranje stikzijde.


Ik gebruikte ook oranje overlockgaren om de bonterigheid compleet te maken. Opperzichtbaar dus, met al dat openflappen van zo'n maxirok, maar de stof vroeg erom.


Ik maakte de versie met 1 split. Het ding zit als een joggingbroek. Maar dan nòg comfortabeler. Het gaat hier om mijn maxirokontgroening, dus dat elegant zitten vraagt misschien nog wat oefening.


Staan kan ik al. En op eerder toevallige wijze bezorgde Omabetty me tijdens het maken van de rok een paar schoenen dat, net als de rokbinnenkant,  het gebruik van reflectiekledij op de fiets overbodig maakt.


En over die fiets gesproken: ik belandde tijdens de 'roktestrit' ook op een bluebike, en toen werd het een beetje te compleet qua matchy matchy oranjeblauw.


Ik leek helemaal fan van een of andere voetbalclub. (Al heb ik geen idee of er eentje bestaat die me met deze kleurencombi meteen tot de harde supporterskern zou toelaten.)


In elk geval: ik fietste van Brussel Noord tot aan de Heizel, met de rok. En hoewel een vriendin me de truc met het muntje tipte, geraakte al de flapperigheid niet in de wielen verstrikt. Ik moet hier en daar nog een balk-figuur-complex de kop indrukken voor ik helemaal voluit durf gaan in de kleerkastaanvulling. Maar voor de geïnvesteerde naaitijd moet ik het alvast niet laten, want we klokten af op 35 minuten.

Met print voor mezelf durf ik voorlopig nog niet aan. Jij wel? Laat me zeker weten mocht jij met de handleiding aan de slag gaan!


donderdag 27 april 2017

Botanicals in da mix(er)

Die botanicals, dat is zo hard nu dat ik daar nu vollenbak voor moet gaan. Want ik zie dat graag, het geeft imaginaire zuurstof. Het is alsof je rondloopt in de plantentuin. (Je lòòpt dan ook rond in een plantentuin, in a way.)

About blue fabrics lanceerde een nieuwe reeks groensels en ik vulde maar wat graag mijn persoonlijke garderobe aan met enig palmblad

 

Na mijn succeservaring van de vorige keer wist ik: die french terry en ik, wij passen bij elkaar. Want dat is stof die niet kan beslissen of ze nu tricot of sweaterstof wil zijn. En zo ben ik ook: voor- en rugpand waren al geknipt toen ik nog moest beslissen of het een trui of een longsleeve zou worden.

Het patroon tekende ik over van mijn favoriete thuis-rondloop-sweater.


Er was sprake van een lichte omzwerving langs 'pyjamablouse'. Want de grens tussen homewear en slaapkledij is soms gevaarlijk dun, vind ik. Mouwen uit dezelfde stof bleken het geheel over die grens te laten wandelen, dus ik knipte die mouwen uit dunne jeans. 

Ik durf wel eens te negeren met welke stofsoort ik aan het werken ben. Meestal gaat het dan over het negeren van elasticiteit (lees: tricot als katoen verwerken), wat me vervolgens doet putten uit mijn uitgebreid arsenaal aan ketterwaardige krachttermen. Maar hier deed ik het andersom: ik gebruikte jeans als tricot, en ging er van uit dat de rek in voor- en rugpand de vreemde-eend-heid van die jeans wel zou compenseren. Ik kreeg gelijk.


Voor de halsboord ging ik voor een dun randje french terry, doorstikt met een zigzagstiksel. Als we buiten de slaapgeriefzone wilden blijven, zag ik het niet meteen goed komen met echte boordstof.


Dat het geheel plots ook hemdallures kreeg, gebeurde eerder toevallig. Als in 'de mouwen waren wat aan de nipte kant'. En een boordje in palmen, nah, dan leek het weer of ik de Bednetcampagne een paar weken aan het rekken was. Dus ik voegde, een beetje op gevoel, een soort van XL hemdsmouwboorden toe.


Dat van dat 'op gevoel' is te merken aan de niet al te symmetrische plaatsing. Maar geen hond die naar je polsen tuurt als je buik vol palmen staat, toch?



Mocht u zich verder afvragen waarom het hier zo rustig is, en waarom ik in mijn styling zulke vreemdsoortige witte accessoires heb toegevoegd, wel, ik kan gecombineerd antwoorden op die vraag.


Het is rustig omdat ik op mijn nest zit. Uit de eieren komen ook een soort botanische creaturen, wacht maar af. Maar het is ook rustig wegens technische werkloosheid. We sluiten af met een wijze levensles:

Stel, je kinderen willen na een week vaderloosheid de thuiskomst van de man van hun leven vieren op hun eigen manier. "Met een nepdrol, we doen of die van kater Sushi is, en leggen hem in de inkomhal." Het ding dient geschapen volgens de wetten van de DIY-bijbel die YouTube heet. Stel, je vindt dat wel een lollig plan en je staat op een doordeweekendse zaterdag aan het aanrecht. En gaat met een staafmixer een hoop geweekte WC-rolletjes te lijf, gemengd met pindakaas en chocoladesaus. Denk er dan even aan om de stekker uit het stopcontact te halen, voor je met je linkerwijsvinger een stuk vastgelopen karton uit de messen haalt. Een gewaarschuwde ploetermoeder is er twee waard, niet?

dinsdag 14 maart 2017

Lotte Martens' Let's Party: grensverleggend feesten

Eind mei vieren we dat ze groeit, dat Livjelief. Dat ze acht is en vrolijk. Wie haar helpt groeien, feest mee. Haar eigen outfit is in wording, volgens strikte suggesties en wensen, waarvan 'geheimhouding tot het feest' er een is. Te respecteren dus: geen Liv in feesttenue op het blog tot eind mei. Ze leerde meteen wat embargo betekent.

Over mijn outfit zei ze niets. Dus ik hing met plezier mijn kar aan de blogtour van de Let's Party collectie van Lotte Martens. Topstof, en een deadline die me nog maanden geeft om met de rest van het feest bezig te zijn: ik was kandidaat.

Ik koos voor een intrigerend maar niet evident stofje. 


Lunari Green en ik hadden een momentje nodig om elkaar te begrijpen. Prachtig en bijzonder, mosgroene kant met een subtiele koperen print die, afhankelijk van hoe je ze draait, toch over het hele stofoppervlak glanst. Ik kan meteen zeggen: het kwam goed tussen ons.

Ik nam een Burdajurk als basis en liet naar goede gewoonte geen spaander heel van het patroon: van recht naar koker...


 van ronde hals naar 'iets anders', 


van rugsplit naar split vooraan op mijn been.


Maar de grootste twist aan het patroon was het rugpand, waar ik wat goochelde met de prinsessennaden en ze hier en daar met een boog verbond, en er een stuk kant tussenin puzzelde. Om de stof maatvast te verwerken knipte ik het patroondeel en streek ik vervolgens een streep naadband rondom op de naadwaarde. Ik stikte net naast die band en kon zo de elasticiteit omzeilen.



Ik trok de bogen door tot in de mouwopening en doorstikte het geheel.


Plan was om er een laagje stof achter te stoppen. Die stof was ook voorzien. In het beleg van de hals zit een stukje effen koperen stof.



Op de schets tekende ik die koperen stof ook zedig onder de kanten rug. Maar die moest er pas helemaal op het einde achter, en bij een pasbeurt stelde de wederhelft zijn veto. Dat die stof veel beter uitkwam zonder een hele laag bling eronder, enzo, en dat het ook helemaal niet misstond. Way out of my comfort zone, dat plan. Dus ik deed een kleine opiniepeiling op neutraler (vrouwelijk) terrein. Daar gaf men de wederhelft gelijk: een open rug misstaat niet en is feestelijk en het mag wel, voor een lentefeest eind mei.


Lingeriegewijs deed ik een kleine tour de force. 'Loos' is geen optie, zonder in detail te treden. En elke vindbare rugverlager verloor het van de niet op dergelijke dilemma's voorziene ruguitsnijding. Uiteindelijk opereerde ik een BH, met behulp van een stuk glitterelastiek. Mooi zichtbaar is niet lelijk, zoiets.


Ik uit mijn comfortzone, iedereen uit zijn comfortzone! Zoiets moet ik gedacht hebben. Tussen de fotodeadline en de regenperiode zat 1 enkele stralende zon-dag. Ik verwachtte die dag een over-de- vloer-ganger en dat werd mijn Chinees vrijwillige fotograaf. Ik metselde de lunch in hapjesvorm en we deden van nepfeestje, zo op een vrijdagmiddag. We hadden - zoals altijd - lol. Duimen dat ik dat zonnetje ook meekrijg op de echte feestdag! Want over een passend kledingstuk voor over deze jurk had ik precies nog niet nagedacht...


Stof: Lunari Green van Lotte Martens gecombineerd met mosgroen licht elastisch katoen (Pauli Leuven) - Koperen diolen (Pauli Leuven).
Met 1 paneel van de kanten stof - dwars gebruikt - had ik ruim voldoende voor het rugdetail, ik heb nog genoeg over voor bijvoorbeeld de rugpas van een blouse, mijn volgende plan met deze stof.

Ben je zoek naar de Lotte Martens stoffen? In de online catalogus zie je de collecties en de lanceerdata. Lotte Martens doet enkel de productie van de stoffen, de verdeling verloopt via de groothandel. Ben je op zoek naar een bepaalde stof, dan google je best even de stofnaam, om te weten welke verdeelpunten die bepaalde stof in voorraad hebben. Op zoek naar inspiratie? Hier zie je een heleboel glimpjes! 

zaterdag 17 december 2016

Wat mooi is zit binnenin: een winters verhaal

Kijk, de winter is welkom! U kunt het niet voelen dus u zult het van me moeten aannemen: dit is de warmste jas ooit. 

Het was een proces van lange adem. Zo'n lange adem dat ik hier wat dwaas zit te grijnzen naar mijn scherm, maar niet veel woorden verzonnen krijg. En dat overkomt me niet zo vaak. Ik ben content, ja. Dat vat zowat alles samen.


Ik besliste pas dat ik wat meer aan selfish sewing wil doen. De kasten van de dochters puilen uit. Of beter: de kast, want een week geleden bereikten we het historische moment waarbij de metingen twee keer exact 127,6 cm opleverden en er dus onmogelijk sprake kan zijn van een kledingstuk dat slechts een kind past. Als we wat bijblijven met de was, is er van kledingschaarste in de meisjeskast geen sprake.

U voelt al de overgang naar mijn eigen kast. Ik ken vriendinnen die nu op het puntje van hun stoel zitten, de vuisten gebald voor een onmiddellijke aanval mocht ik het wagen om te schrijven dat er daar wel over een tekort gesproken mag worden. Marie Kondo, het lijkt me zo'n type met een gezicht van plastic, dat je gladgestreken en met gebeitelde glimlach zal vertellen over haar methode. Maar zelfs zij zou enige zenuwtics vertonen bij de aanblik van 'cardigans in alle kleuren van de regenboog'. Het enige capsule aan mijn wardrobe is mijn reeks identieke skisokken.

Misschien net daarom dat ik toch een soort van schaarste opmerk als ik in mijn kleerkast sta. Ik heb nood aan rust in mijn hoofd en aan een portie sober en effen, niet aan een kleurenbom. Vandaar. Een relatief sobere jas. In grijze wol, een paar jaar geleden gevonden op een stockverkoop van grotemerkenstoffen. Loodzware stof, heel vast geweven, bijna vilt. Lekker warm en geweldig om mee te werken. Overal met dubbel doorstikte naden, want die gingen wat bol staan door de dikte en waren moeilijk plat te strijken.



Het model is een Lekalapatroon, nummer 4417, en ook niet. Er ging een testjas aan vooraf - wel met de originele lengte - en die bracht naar schatting 703 dingen aan het licht die niet helemaal goed zaten, hoewel het patroon zogezegd op maat had moeten zijn. Dit is dus een behoorlijk aangepast geval, al behield ik wel de mooie kraag en naden in de fronten. 

Om te beginnen kortte ik de boel een flink stuk in. De testjas hangt ook in mijn kast, en twee lange jassen, daar had ik nu niet meteen nood aan.


In korte versie vond mijn lieftallige wederhelft het allemaal wat 'afgesneden' aan de zoom, dus deed hij schoorvoetend de suggestie een rugsplit toe te voegen. Mijn lieftallige wederhelft moet zich vaker moeien, vindt u ook niet?


De kap wilde ik dan weer zelf graag. Omdat dat praktisch is, maar ook wegens het in de volksmond binnenkort vast algemeen aangenomen 'de kleren maken de man, en de voering maakt de jas'. En in dit geval zou ik wel gek geweest zijn om de voering nergens zichtbaar in de jas te stoppen... want ze is warm, zacht, zalig vlot verwerkbaar maar voornamelijk prachtig.



Ik zal mijn rits (ook part of the patroonhack) eens open doen, dan zie je ze beter.


Tadaa! French Terry van About Blue Fabrics, de stoffenlijn van Bambiblauw, uit de botanical garden reeks. Dit stofje is intussen al niet meer verkrijgbaar bij Bambiblauw zelf - naaiend Vlaanderen weet wat mooi is - maar wel bij heel wat andere webwinkels die de lijn ook verdelen.


Voila, in al haar glorie! Ik streek een laagje wattine tegen de stof, en we spraken af dat ze zich zou gedragen als katoen zolang ik aan het werk was, en als French Terry zodra ik de jas droeg. Ze hield woord: ik werkte met plezier met de gewone naaimachine en een stretchnaald/boventransportvoet en doorliep een lang maar bijna vloekloos parcours.


Ik zeg bijna, want bij het toevoegen van de split was mijn schaar overijverig - daar kon die stof natuurlijk niets aan doen - en dat zorgde voor een ietwat afwijkende rugsplitvoering. Ik kan er niet mee lachen in feite, maar het leven is aan de relativatoren. En van alle plaatsen waar de fout had kunnen zitten is 'op mijn derrière' symbolisch gezien misschien wel de beste locatie.


Het dresseren gebeurde met een labeltje en een jaslus volgens mijn intussen vaak beproefde biais/paspelrecept.


De kap is afneembaar en zit aan de kraag met 'onderstebovenknopen'. Er zit een rijtje knoopsgaten in de bovenste stoflaag van de kraag, en de knoopjes aan de onderkant van de kap schuiven daar onzichtbaar in.


Rest er mij nog Oon te bedanken. Voor een mooie dag waarop ze foto's nam. Ik zet me - het zal al dat mooie groen zijn - zelfs even over mijn aversie voor kikkerperspectief. Want, ik zei het al, hier staat een content mens.


donderdag 30 juli 2015

Lidwina in Italia

Je hebt stoffenontwerpers. En je hebt kunstenaars die een stoffencollectie uitbrengen. Lotte Martens hoort wat mij betreft bij die laatste categorie. Het stofje dat ik in mijn handen kreeg is dan ook geen gewoontje. Lidwina valt niet meteen onder een noemer te vatten: de heldergele stof met kantachtig bloemenmotief en goud gevlekte print heeft een klein beetje stretch, die door de print wat wordt 'afgeremd'. Dat is een hele mond vol. Maar het is dan ook een héél speciale stof.

Lidwina Lotte Martens

Het duurde even eer het allemaal vorm kreeg in mijn hoofd. Ik wist aanvankelijk niet zo goed raad met de randafwerking: elke boord en zoom die ik probeerde of stiksel dat ik toevoegde, deed afbreuk aan het uitzicht van de stof. En toen waagde ik een wastest: de stof bleek helemaal geen randafwerking nodig te hebben. Ze kwam, gewoon geknipt, prima uit een delicate was. 

Lidwina Lotte Martens

Mijn oorspronkelijke plan, toen ik een glimp van de stof had opgevangen, was een fine-for-work-top voor mezelf met een volledig Lidwina-rugpand. Maar toen ik ze eenmaal in mijn handen had, bleek een subtieler aanpak noodzakelijk om het niet te feestelijk te maken. Ik tekende een eenvoudige donkerblauwe raglantop, zonder mouwen. Ik ving aan weerszijden een stukje geelgoud tussen buitenstof en voering.

Lidwina Lotte Martens

In de rug kwam een blinde rits en daarmee was de kous af en de top klaar. Je zou kunnen zeggen: 'less is more', maar dat spreekwoord is eigenlijk verre van toepasbaar op de stof zelf.

Lidwina Lotte Martens

Een speciaal netjes-naar-het-werk-stuk voor mijn kleerkast dus! Met twee mentale notities: Riet, als je nog eens blogshoots op vakantie plant, voorzie dan matching ondergoed als de stof gaatjes heeft...

Lidwina Lotte Martens

... en een strijkijzer dat krachtiger is dan dit exemplaar!

Lidwina Lotte Martens