Posts tonen met het label Recykleren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Recykleren. Alle posts tonen

woensdag 4 december 2013

Retrotricot en een dikke duim (+tutorial)

Ik beloofde een tutorial voor de trui met duimgaten. En dat was stevig in sommige oren geknoopt. Op Facebook zag ik een foto van Livs klasgenootje Viktor, apetrots met zijn vers door mama gemaakte drakenhoodie. "Dat hij bijna aan mocht", stond erbij, "nog even wachten op de duimmouwen". Een digitale schop onder mijn kont zeg maar: een mailtje naar de mama en die avond stond ze gewapend met haar naaimachine op mijn stoep. Ik begon aan een SVDHZ-hoodie voor Zanne en legde tegelijk stapsgewijs aan Viktors mama uit hoe je duimgatmouwen maakt. Of 'dikke duimen', zoals de kleine draak zulke gaten noemt.

Pas toen mijn hoodie half was geknipt, besefte ik dat ik eigenlijk gewoon foto's kon maken van de stap-voor-stap mouwen van Viktors truitje. Maar toen was ik al zover dus stak ik snel Zannes hoodie nog in elkaar. De stof zat in een gigantische vuilzak vol zolderleegmaakstoffen van de moeder van Zannes kinderverzorgster. Het lijkt tricot, maar rekt maar een heel klein beetje en is, zo vertelde mijn strijkijzer me, heel synthetisch. Maar ik vind ze wel iets hebben. Al was dat 'iets' bij Viktors mama de associatie met het kostuum van deze kerel, wat ik niet bepaald stijlvol kan noemen.

Zanne mocht van kostuum wisselen na haar zwemuur en was moe…

kapstok

zwembadoogjes

… maar duimgatgewijs in haar nopjes!

duim erin

duim eruit

Maar hoe maak je dat nu, dat was uw vraag, neen? Wel, eigenlijk is dat heel eenvoudig.

Je kunt de boord in 1 stuk maken, maar dan is het doorstikken van het duimgat veel moeilijker. Het makkelijkste is om je boordstof in twee stukken te knippen. De grootte bereken je zo.

A = de afgewerkte hoogte van je mouwboord. Voor een kleuter is dat ongeveer 4,5 cm, voor een lagereschoolkind zou ik 5 cm nemen, voor al wie ouder is dan twaalf jaar, 6 cm en voor volwassenen 7 of 8 cm.

B = de afgewerkte omtrek van je mouwboord. Als je met boordstof werkt, neem je hiervoor 80% van de omtrek van je mouw. Gebruik je hiervoor de stof van je trui en is die niet zo rekkend (bijvoorbeeld sweaterstof of in mijn geval retrotricot) dan neem je 90% of zelfs dezelfde omtrek als je mouw.



Voor elke mouwboord knip je twee lapjes op deze maat (dus vier lapjes in het totaal).

Leg twee lapjes met de goede kant op elkaar. Stik, op 2 cm:
- eerst een stukje van 1 cm vast;
- daarna een stukje van 3 cm vast, exact in het midden van de hoogte;
- onderaan nog een stukje van 1 cm vast.


Vouw open en strijk de naden open, dan ziet dat er zo uit:
stikken en openstrijken

Vouw nu het geheel dubbel, zodat de opengestreken naadwaarde op elkaar komt te liggen. Als je nauwkeurig hebt gestikt, liggen nu de gaten in deze naad exact op elkaar.

plooi dubbel

Stik rondom de gaten: vertrek aan de open kant, stik op 0,5 cm van het gat rondom, en ga een paar keer op en neer aan het korte 'balkje' bovenaan (gele streep op de foto). doorstik

doorstik2

Maak daarna de boord 'rond': plooi de boord open aan de onafgewerkte kanten en speld die kanten met de goede kant tegen elkaar. Stik op 1 cm.

randen tegen elkaar

Na wat vouwen en strijken en fatsoeneren is je boordje dan af.

nog eens dubbel plooien

Bevestig het nu aan je mouw. Leg je trui daarvoor plat op tafel en leg de mouwen mooi plat. Het duimgat komt nu exact in de helft van de mouw zoals ze op deze manier ligt, bovenaan dus.
positionering

Stik op 1 cm vast aan je mouw. Ga een paar keer op en neer als je aan het duimgat passeert, want daar komt de meeste kracht op het stiksel bij het dragen. Als je de boorden vastzet met de overlock, ga je op de plaats van het duimgat best nog een paar keer over en weer met je gewone naaimachine op de plaats waar het duimgat aan de mouw vast zit.

Et voila!

klaar

Als je liever geen 'achternaad' in je mouwboord hebt, kan je zulke boord ook maken in 1 stuk. Knip hiervoor de breedte van je boordstof gewoon met 2 cm naadwaarde aan elke kant, dus B+4cm. Het doorstikken gaat nu wel wat moeilijker, omdat je de boorstof open moet rekken om ze plat onder de machine te krijgen. Maar het lukt ook, Livs duimgatentrui heeft mouwboorden zonder naad.

Nog vragen? Shoot!

dinsdag 19 november 2013

Recykleren: over acedia en 'een giraf op ne vlo'

Waarom ik recykleer, vroeg Boomie me toen we het hadden over mijn bijdrage aan Recykleren 2013. De eerste gedachten die uit mijn toetsenbord rolden waren nobel. Hergebruiken. Inspiratie vinden. Afvalbergvermindering. Meer van dat fraais.

Maar ik moet eerlijk zijn. Eigenlijk gebeurt het wel vaker dat ik het doe omdat de zevende der hoofdzonden mij niet zo vreemd is. Ik webwinkel, want dan moet ik mijn zetel niet uit. En als het bestelde goed niet naar wens blijkt, ben ik ook nog eens te lui om het een retourtje te laten maken. Want dan moet ik me verplaatsen. En dat was dus op voorhand al niet het plan.

Ik bestelde een vrolijk shirt voor de fietsliefhebber die ik liefheb. Met 'een giraf op ne vlo'. L, stond er op de site. Het ding arriveerde en wij plakten er vrolijk een XXX aan. En toen verdween die grijze tent met leuke print in de kast.

Boomies vraag of ik nog eens wilde recykleren toverde het shirt gelukkig weer boven. Inspiratie kwam na Livs enthousiasme over een kledingstuk dat we uit het mooie Kopenhagen voor haar meebrachten. Livs kledingkeuze wordt (net als die van haar moeder) bepaald door twee elementen: het moet 'mooi zijn' en het moet 'plezant zitten'. Waarbij we allebei al heel uitgeslapen moeten zijn om voorwaarde 1 te laten primeren op 2. Heel wat kledingmerken hebben dit najaar erg baggy truien in hun collectie zitten.  Het soort van trui dat je met een mooie legging eigenlijk als jurkje draagt. Deze bijvoorbeeld. Liv bleek fan. Zodoende:

XXXL-shirt + saaie, grijze, 3 maten te grote kringwinkelhoodie werden…

kleutergedrag

een baggy giraffentrui!

vrolijke giraf

Het voorpand werd uit de t-shirt geknipt, zo ook de halsboord. Achter het voorpand zit nog een laagje spons voor de warmte en de vorm.

Liv

Voor de rug moest ik echt puzzelen om het uit het rugpand van de kringwinkeltrui te krijgen. Ik ging die puzzel te lijf met wat sierstiksels voor een mooi kleurcontrast. Enkel dat fronsje had meer uitgesproken gemogen, want nu lijkt het een foutje.

rugpuzzel

Voor de mouwboorden knipte ik twee rechthoeken uit de kap van de hoodie. En ik voorzag ook Livs favoriete element uit de Kopenhagentrui: gaatjes voor haar duimen. Warme polsen voor een extra gezellig gevoel!

twee handjes op je buik

Enkel om te eten wil ze haar duimen eruit halen. En ze maakt er een sport van om bij het aantrekken de duimen "meteen in die gaatjes te tjoepen" (sic)

warme polsen

Toen restten me nog twee mouwboorden. En daarmee deed ik iets met een vleugje nostalgie. De meisjes hadden als peuter een kousenbroek met fijne grijze streepjes, die ik erg graag zag. Ze is helemaal niet zo bijzonder van print, noch van kwaliteit, maar ik was heel teleurgesteld toen Zanne eruit was gegroeid. Dus knipte ik het kontdeel eraf en zette ik de mouwboorden van de hoodie aan de pijpen van die kousenbroek. En huppa, op een wip was er een paar beenverwarmers geboren!

beenverwarmers

Aan de onderkant werkte ik ze niet af. Ik belette enkel dat ze zouden uitrafelen: ik stikte met een rechte steek rondom de open kant terwijl ik ze zo hard mogelijk open rok om de elasticiteit te behouden. Daarna rolde ik de afgeknipte rand rond dat stiksel. 

opgerold

De veel te klein geworden voetjes zijn het enige wat overblijft.

sokken

Voor wie zich ook aan baggy wilt wagen, nog even een boodschap van de kleine Ik-ook-er die tijdens de fotoshoot rond mijn benen hing. De grens tussen baggy en (te) oversized is behoorlijk dun! Mijn dochters schelen maar een paar centimeter en toch past de trui voor Liv en is het een wandelende trui met ergens een kindje erin voor Zanne.

En ook: wie wil weten hoe je dat doet, zo'n duimgaten maken, heeft geluk. Deze belhamel eist haar eigen exemplaar, ik zal u de volgende keer eens wat stap-voor-stap fotootjes maken!

donderdag 14 november 2013

Er zit muziek in oud vuil

Ik verzamel al een tijdje quotes van de dochters op hun tabbladen. Want ik blijk geen krak in het bijhouden van dagboeken. Ik vond er deze week zo eentje terug van mijn eerste zwangerschap en hield het welgeteld vol tot week zeven. Daarna bleven de bladzijden maagdelijk en wachtte ik woordeloos tot het kind er was. Maar toen startte ik met bloggen en kijk, dat lukt me nu toch wel al een tijdje. Vandaar een tabblad per kind zodat ze later hun fratsen kunnen volgen.

Een van de mooiste van Liv vind ik nog steeds vorige zomer, die keer toen ik haar zei: "We gaan naar de winkel iets kopen om te knutselen!"en ze me door het dolle heen vroeg: "Een lege doos van Zanne haar melk?" Van niets 'iets' maken, het is vooral iets wat Omabetty er met de pap heeft ingelepeld. Met als soundtrack deze blues:


In naaiblogland heeft Boomie de kunst van het recykleren tot een rage verheven. Mijn maaksel uit de eerste recykleerreeks wordt hier nog dagelijks gebruikt. Dit jaar neem ik ook deel! Trouwers vangen het geluk met something old, something new, something borrowed en something blue. Ik ga aan de slag met met something old…

broekkousen

… something new (but way too large)…

Een giraf op een fiets

… and something borrowed, ofte second hand, aka een kringwinkelvonds.

een kringwinkeltruitje

Zullen we voor het geluk dan maar blauwe stikzijde gebruiken?

Het resultaat zie je tijdens de recykleerweek!

zondag 13 november 2011

Diolen en idolen

De herfst van haar leven, zou ik het durven noemen. Ze heeft een leeftijd waarop velen al de winter hebben bereikt, mijn grootmoeder. Maar het lijkt amper nazomer, hoe zij met haar schup door 'den hof' gaat en de hele familie gezwind van 'patatten' voorziet. Een van mijn grote idolen, 'Mema'.

Tuinieren doet ze in een schort met daaronder een jurk. In diolen, dat is gemakkelijk, dat droogt rap en ge moet dat niet strijken. Maar na een tijdje komt er toch ook wat sleet op. Zeker bij wie al eens 'toeren' durft uithalen in de tuin. (Als daar zijn, de tachtig al ruim gepasseerd zijn en toch nog op/in een gft-bak kruipen en eens springen, om die 'goe vol' te krijgen.) En ze heeft het door, Mema: mooie diolen, die horen niet in de vuilbak. Men kan daar namelijk prima mee recykleren.

Dat gaatje in de voorkant (van een distel? Een fruitboomtak?) kreeg een herfstige camouflage.


Ik kreeg de diolen 'voor kleedjes voor haar achtkleindochters' maar die zullen moeten wachten tot ze achttien zijn, ofzo, of tot ik het rokje beu ben.

Kwam prima uit, die gift! We stonden dit weekend op Petit Bazaar met Van Katoen. En de dresscode was rood-met-zwart. Kleuren waar mijn kleerkast niet heel rijk aan was.

Ik heb geen foto meer van het oorspronkelijk werkkleed. De schaar zat er in, zo'n kwartier nadat ik het kreeg. Neepjes zaten al in het achterpand, het kleed was te lang dus ik recupereerde een beleg uit de onderrand. Een rits was niet nodig want diolen rekken: ik kan het rokje zo aantrekken.

Wie het toch helemaal wil zien: u ziet hier het bovenstuk: maak zelf de mentale reconstructie!


maandag 17 oktober 2011

Dassenkwal

Dit project is een deel van mijn job. Een Kinderhoogdag is een cultuurfestival voor kinderen van 3 tot 12 jaar, hun ouders, grootouders, en iedereen die mee wil vieren. Zo'n dag - meestal een zondag - zit tjokvol voorstellingen, bewegings- en creatieve workshops, straattheater, acrobatie, circus en muziek.

Ik heb die omschrijving al talloze keren neergeschreven. In evaluaties, dossiers, persberichten. Het voelt vreemd om dat hier nu zo bloggewijs toe te voegen. Maar het misstaat hier ook absoluut niet. Velen onder u hebben bloedjes die we tot de doelgroep kunnen rekenen. En ook voor wie geen koters op sleeptouw heeft, is een Kinderhoogdag aangenaam tijdverdrijf. Ik bezoek ze allemaal. Ik kan het weten. Vlaams-Brabant dient binnen uw bewegingscirkel te liggen. Maar gezien we in een pierenland leven, is dat voor het volledige inheemse deel van mijn blogpubliek geen enkel probleem.

Is dit onversneden reclame? Allerminst. Ik wilde het eigenlijk hebben over Recykleren. U bent vast Boomies Recykleerweek nog niet vergeten, waarvoor ik mijn bijdrage leverde. Het effect is groter dan ik zelf had verwacht. Het is is meer geworden dan een bijdrage, of een week. Het is een reflex geworden. Als ik ergens een mooi stofje ontwaar of een voorwerp dat textiel bevat, denken mijn hersenradars meteen aan 'wat kan het worden'. Dat 'het' al is verwerkt in een kledingstuk, dat in het beste geval spuuglelijk of stuk is, is geen bezwaar.

Op de Kinderhoogdag in Grimbergen dit weekend, stond een molen gemaakt door iemand die geboren is met meer dan een Recykleerreflex. Het moet een gen zijn, denk ik. Ik had voor de gelegenheid mijn hele huisgezin op sleeptouw en mijn oudste, very into molens, nam plaats op een, euh, dassenkwal. Ik herhaal. Een dassenkwal.

Dolle pret

Een kwal gemaakt van prachtig gecombineerde oude dassen. Het kind dat voor Liv op de molen zat, had ook een kwal maar zat er niet rechtstreeks op. Zij nam plaats in een wokpan die ergens boven de kwal zweefde.

Liv kwalt

Ik keek mijn ogen uit. Die molen was wer-ke-lijk schitterend. Een beetje bevreemdend ook. Evenals de muziek. Er waren houten vissen. Eentje met vinnen van lepels.

Lepelvis

Met scharnierende bekjes die de kinderen zelf konden bedienen. De vissen werden ondersteund met het onderstel van oude naaimachines. Bestijgen gebeurde via elegant gelaste draaitrappen. De molen was afgespannen met een omheining gemaakt uit houten hoofd- en voeteindes van bedden. En hij werd aangedreven door…

Matrozenkracht

… matrozenkracht. Ik heb op Kinderhoogdagen al veel wonderlijks zien passeren. Maar dit, met de recente Recykleerweek nog vers in het geheugen, deed mijn mond verder openvallen dan die van de houten tonijn op de molen. Ik zal een oude das vanaf nu met andere ogen bekijken.

vrijdag 23 september 2011

Helemaal in het toch niet zo nieuw

Ik brei nog een een klein staartje aan mijn recykleerbijdrage van gisteren. Grasduinend in mijn foto's, op zoek naar wat ik zelf al ooit recykleerde, stootte ik op een afbeelding van een vrij opmerkzaam stuk in mijn kleerkast: mijn trouwjurk. Deze winter zal ze vijf jaar in mijn kast hangen.

Een trouwfeest is dé gelegenheid bij uitstek om jezelf helemaal-in-'t-nieuw te steken. En ik ben zelf ook heus niet in een afdragertje getrouwd. Maar mijn jurk werd ontworpen en gemaakt door Leentje, de schoonzus van mijn getuige. Zij werkte toen in een trouw-en suitekledingzaak. Een heel fijne werkomgeving want je ziet er (voornamelijk) blije mensen. Maar zo'n jurk, dat moet per-fect passen. Hier en daar valt er, in het innemen of verkorten, wel eens een reepje prachtig stof af. Leentje verzamelde die reepjes en lintjes. Ze puzzelde ze bij elkaar op het topje van mijn trouwjurk. Vooraan schuin vastgezet, op de rug los naar beneden hangend.

trouwjurk

Ik heb er geen aanvaardbare digitale foto van, enkel wat in-de-rapte-shots, helaas erg klein. Maar ik ben nu nog steeds heel blij met de jurk. Allemaal kleine gerecykleerde stukjes feest. Voor ons feest, dat alle cliché's van 'de dag van je leven' belichaamde. Februari is niet bepaald blote-armen-maand, dus mijn grootmoeder voorzag nog een koppel bruine wollen mouwen om me warm te houden. Die draag ik, net als mijn bruine trouwlaarzen, nog steeds.

Met de overschot van de stof, bekleedde ik de kaft van ons trouwalbum. Een van de prille eerste naaimachinestappen, nu had dat vast nauwkeuriger gekund.

trouwalbum

De rok verknippen voor een doopkleed voor de meisjes zou een oeroud voorbeeld van recykleren zijn. Maar dat krijg ik voorlopig nog niet over mijn hart...

donderdag 22 september 2011

Recykleren en fluoresceren

Ik vertelde Boomie wat ik recykleergewijs van plan was. Ze wees me er meteen op dat het geen nieuw idee is. En inderdaad, ze heeft een punt. Ik ben niet de eerste die een kinderfluovestje maakt van een exemplaar voor volwassenen. Ik ben ook niet de eerste die het blogt, het werd me door een naamgenoot voorgedaan, ook helemaal recycle!

En toch zag ik geen reden om koers te wijzigen. Vooreerst omdat de nood aan het eindproduct ten huize Liv wel degelijk aanwezig is. Vanaf november wordt ze een van de vele bakvissen in de school-om-de-hoek. Waar men tot ons groot plezier een van onze 'paplepels' van ons overneemt: duurzaam en veilig schoolverkeer staat hoog op de agenda. Het straatbeeld kleurt hier 's ochtends zo fluo dat het elke slecht verteerde kater hoofdpijn bezorgt.

Niet dat we geen hesjes in huis hadden. Ik telde meer exemplaren dan huisgenoten. Recykleerreden nummer twee! Want er was ooit zo'n moment waarop fluo-in-de-wagen verplicht werd. Dat zorgde voor een creativiteitsblock op menige marketingafdeling in Vlaamse bedrijven: "ik heb een origineel idee, laten we fluovestjes bedrukken en massaal uitdelen!".

De feiten.

1. Ik haat hesjes. Ze doen me denken aan teamverdelers bij balsporten. En ik haat balsporten. (Voor zover er van mij enige participatie wordt verwacht.) Elke vorm van afweerreflex is mij vreemd. In de plaats daarvan, ben ik gezegend met een joekel van een in-elkaar-duik-reflex. Tot groot jolijt van mijn middelbareschoolgenoten. En al proberen mijn collega's me op vriendelijker wijze balgevoel bij te brengen, ook nu nog ben ik onderwerp van spot als het gele oefenstressballetje weer eens wordt bovengehaald. Geen hesjes aan de ontbijttafel. Ik wens niet gewekt te worden met gefilosofeer over mijn gebreken.

2. Fluohesjes zijn vormloos, door hun kleur per definitie lelijk en zelden of nooit op kindermaat. Ook kinderhesjes zakken standaard van de schouders. De normen schrijven een bepaald percentage reflecterend materiaal voor en geen enkele producent pakt dat creatiever aan dan een koppel strepen. De reclamebedrukingen op de exemplaren in ons bezit, waren op z'n zachtst uitgedrukt geen esthetische verbetering. De enige die een beetje vernieuwing bracht was Walter Vanbeirendonck met zijn ontwerp voor jeugdbewegingen. Maak dat is alweer een hele tijd geleden. En ook dat bleven 'hesjes'.

Het plan.

Om de recykleer-uitdaging maximaal aan te gaan, wilde ik het aangekochte materiaal tot een minimum beperken. Mijn enige aankopen toonde ik hier. In normale omstandigheden was ik gewoon biais en velcro gaan kopen. En had ik me zeker niet bezig gehouden met het fabriceren van paspel uit gerecykleerd refectielint. Maar het vergroot wel het hergebruikeffect. En dus ook de voldoening. Ik tornde drie hesjes volledig uit elkaar. Dat lijkt onoverkomelijk, maar het gebeurde op de trein en leverde, buiten vreemde blikken, een relatief aangename tijdvullende bezigheid op. En verder een heleboel fluostof, meters fluobiais, wat velcro en een paar banden reflectielint.
Basismateriaal
Ik kon niet om de fluo heen. Dus 'mooi' in de zuivere definitie van het woord kon het bezwaarlijk worden. Maar ik gaf het wel 'vorm'. Ik gebruikte het patroon van Livs jasje als basis. Maar ik nam voor de breedte twee maten groter en ik veranderde de lengteverhoudingen, zodat het over een jas kon. Ik maakte de armsgaten groter en boordde ze af met gerecykleerde bias.
Voor en achter

Ik verstopte reflectielint in de stolplooien, stikte paspel in de deelnaad, en voegde een kap toe om zo ver mogelijk van de hesjesvorm weg te zwemmen. Na een infoavond op de kleuterschool voorzag ik op vraag een 'grote lus' voor zelfstandig kapstokhangen. (Op de buitenkant. Misschien ook handig voor 'snel van de straat gritsen als ze weer eens lopen gaat'.) Ik voorzag een jasstropper, maar niet helemaal op het randje, zodat de kap in vastgetrokken versie Liv niet tegen een paal zou doen fietsen. (Wat niet de eerste keer zou zijn.)

Kapstropper en kapstoklus

Eerst was ik een sluiting van plan met een grote strik. Maar de traditionele velcro leek me iets jufvriendelijker. En kon bovendien ook uit de hesjes gerecykleerd worden.

Ik doe dat zelf.

Livs reactie was eerst "dat is voor vake!". Wat het effect bewijst van het geven van het goede voorbeeld: Livs vake fiets de 35 km naar zijn werk in fluo en dat was haar, euh, opgevallen. Dat het jasje voor haar was maakte haar dus apentrots. Vervolgens stelde ze opgetogen: "dat is geel!" Haar favoriet. Ze straalde dus, op weg naar de bakker. Op alle mogelijke manieren...

Liv op een rij

Door netjes tussen de bedrukking door te knippen, was mijn hesjesverbruik wel groot. Zoveel afval in een recykleerproject, dat konden we niet dulden. Bovendien leerde ik van Mamasha altijd de reflex te maken om ook na te denken over een jongensalternatief. 'De overschot' was grotendeels bedrukt. Maar als je de reflectiestroken aan elkaar maakt, kan je die logo's prima wegwerken. U ziet hier een vis?

Een logo of een vis?

Ik zie het logo van mijn werkgever. Maar dan een beetje verstopt. Neefje Stan behoort sinds kort ook tot de schoolgaande jeugd, dus na het weekend krijgt u van mij meer dan deze vissenblik op de jongensversie! En een aantal 'tips&tricks' voor wie zelf aan de slag wil. Is het u trouwens opgevallen dat fluo bijzonder moeilijk te fotograferen valt? Ik wacht in spanning op deze handleiding, maar vrees dat fluo niet tot het lessenpakket zal horen... Het ziet er op elke foto anders uit. En als je flitst? Dan krijg je dit.

Geflitst

Zijn functie bewezen. Dat dan weer wel.





maandag 12 september 2011

Fluorecykleren: jongensversie

Zoals ik bij het ter perse scherme gaan van Livs fluojasje beloofde: hier de jongensversie. Gemaakt uit wat ik overhield van de drie uit elkaar gehaalde fluohesjes. Hip fluo voor een jongen is eigenlijk helemaal niet moeilijk: de patronen vallen misschien ook bij u maandelijks in de bus. Zoek in Knippie, Ottobre, of een andere patronenverschaffer gewoon een voorbeeld van een bodywarmer en u kan aan de slag. Eén maatje groter nemen in de lengte, en drie maten in de breedte.

voor

De grote vissen zijn misschien iets té. Maar ze dienen, zoals ik al vertelde, ter bedekking van een nogal groot logo. In deze versie iets meer aangekochte fournituren: gestreept boordstof en een rits. Ook voor Stan een kap met jasstropper en een grote kapstoklus. De afwerking is niet je dat. Een kwestie van werken tegen de klok. Maar u begrijpt het idee. Om nog minder 'hesje' te zijn, zou ik de volgende keer ook de mouwen met boordstof afwerken.

achter

Stan was vrolijk te gast op Zannes verjaardagsfeestje, een goede gelegenheid voor een fotosessie, dacht ik. Maar we kwamen in alle drukte niet verder dan een Stan-in-de-fietskar-kiekje...

Stan en Zanne in de fietskar.

Zoals dat gaat bij jongensversies, in alle oneerlijkheid: dit past ook prima voor meisjes.

Een paar tips voor wie zijn kinderen ook wil doen opvallen in het verkeer:

De vorm

- Het komt erop neer om zo veel mogelijk 'echte kleding'-elementen toe te voegen. Volstrekt overbodig voor de functie (opvallen) maar wel drempelverlagend voor eventuele weerbarstige dragers. Ik koos zakjes, een kap, plooitjes en een rits. Maar je kan ook gaan voor een kraag. Of voor echte 'poppetjes': voor een strik of waaiermouwen.

- De combinatie fluo/reflectiestroken is een must. Fluo om overdag zichtbaar te zijn, reflectiestroken voor wanneer het donker is. Die stroken verwerken als paspel kan ook op andere plaatsen dan in zo'n jasje. In een zelfgemaakte boekentas/rugzak bijvoorbeeld of in een regenjasje. Zonder belichting lijken ze gewoon grijs, helemaal niet lelijk in de juiste kleurencombinatie. Krijg je je kind echt geen fluo verkocht, koop dan een witte jas. Heel prettig voor de was.

- Die gigantische fluovestjes die van de schouders zakken, zijn waarschijnlijk bedoeld om meer dan 1 jaar mee te gaan. Ecologisch gezien een te overwegen keuze. Maar enige rekbaarheid in de maat kan je ook al voorzien in een goed passend model. De velcro's in Liv vestje bijvoorbeeld, zitten in de lengterichting vast. Zo geven ze tot 5 cm 'speling'. Ook handig als je het jasje over een dunne én een dikke jas wil kunnen aantrekken.

- Het materiaal liet zich prima strijken. Ik heb het niet geprobeerd, maar misschien kan je er wel op flocken. Zo kan je in samenspraak met je kind een illustratie voorzien en eventueel zelfs kleurtjes toevoegen. Die illustraties kunnen uiteraard ook geappliceerd, al dan niet uit reflectieband.

- Niets houdt je tegen om fluo te combineren met 'gewone' stof. Ik gebruikte voor Stans vestje tailleband. Maar je zou ook voor een combinatie katoen/fluo kunnen gaan. Helder blauw of grijs met fluo lijkt me nog best doenbaar.

- Je zou je kunnen afvragen waarom je zoveel tijd en energie zou stoppen in het maken van 'maar' een fluohesje. Maar het wordt, als alles goed gaat, dagelijks gebruikt! Juist wel de moeite dus om te zorgen dat je toch een beetje vrede kan nemen met de aanblik ervan...

Het materiaal

- Lostornen ging heel vlot, omdat het materiaal zo glad is en je er dus makkelijk met je tornmesje tussen kan. Het enige waar je moet tegen kunnen zijn een reeks blijvende gaatjes. Ook als je fout stikt heb je dat aan de hand: overal waar je naald is doorgegaan, zie je gaatjes.

- Gebruik niet je beste stofschaar. Zeker niet voor de reflectiebanden. De banden en de stof zijn eigenlijk een soort van plastic, je schaar wordt 'zo bot als een hak', zoals mijn grootmoeder zou zeggen.

- Ik vond fluogaren in een fourniturenwinkel in Amsterdam, maar het is vast ook 'bij ons' te vinden. Soms zelfs in de Aldi, liet ik me vertellen.

- Als je de reflectiebanden aan elkaar naait, kan je een groot vlak maken, waaruit je eender welke figuur kan knippen. Zet je tekening, voor je ze vaststikt, met wat Pritt vast op het vestje, tegen het verschuiven.

- Niet alleen jasjes, maar ook rugzakcovers zijn volgens mij makkelijk uit reclamevestjes te fabriceren. Ik bekeek de rugzakcover van mijn man en dat is niet veel meer dan een soort van 'hoeslakenpatroon', maar dan in andere verhoudingen. Ook hier dienen de stroken ter bedekking van lelijke bedrukking.

Opvallen in het verkeer komt, denk ik, ook neer op het goede voorbeeld geven. Het jasje gaat hier nog vlot aan, de helm soms al iets minder. En ja, het is een onding op je hoofd en niet zo kapselvriendelijk. Maar ik kreeg al eens een vrachtwagen tegen mijn tikkenei en had toen maar beter een helm opgehad... Wat dat jasje betreft: ik heb m'n eigen model al in mijn hoofd. En voor wie voor zichzelf liever winkelt dan naait: in het aanbod van Wowow zitten, voor volwassenen, aanvaardbare exemplaren.

zaterdag 10 september 2011

Alvast een recykleerglimp

Ik recykleer. Met een K. De spellingscorrector van Blogger probeert daar telkens hardnekkig een C van te maken maar ik vecht terug. Recykleren is een idee van Boomie. De daad op zich is eeuwenoud. Misschien bent u zelf wel gedoopt in een jurk die gemaakt is uit de bruidssluier van uw moeder, bijvoorbeeld. Maar Boomie gaf er dus een naam aan. 

Ik wilde meteen meedoen. En ik hoefde daar niet veel moeite voor te doen: Boomie wees me zelf op mijn 'precedenten' door een paar van mijn maaksels alvast op te nemen op haar Pinterest-boards.

Een slaapzak uit een oud t-shirt.
Een jurkje uit een oud shirt en een romper.
Een fietsmuts uit twee oude t-shirts.
En toen ik er over nadacht, kon ik nog aanvullen met een Boleo uit een kussensloop en, helemaal aan het begin van mijn naaicarrière, een babybroek uit mijn favoriet maar helaas te kort geworden t-shirts.

Veel oude t-shirts met nieuwe bestemmingen dus, kan u concluderen.

Maar deze keer gooi ik het over een andere boeg. Maandag start Boomies Recykleren-14-daagse en ik heb de eer een van haar 'posters' te zijn.  U zag her en der in blogland al glimpen van het materiaal waarmee wij recykleerders aan de slag gaan. Ik hou het zo mogelijk nog vager, voor eventjes. De regel was: het materiaal moet gerecycleerd zijn, de fournituren mogen nieuw.

Ik gun u een blik op het aangekochte materiaal dat ik in mijn project verwerk.

Ik recykleer, benodigdheden

U ziet: ronde elastiek - paspelkoord (of 'pwaspwal', zoals de plaatselijke Veritasverkoopster dat consequent wenst te noemen) - twee nestelogen - fluogeel stikgaren - een jasstropper. De blauwe jasstropper vloekt wat bij de zwarte elastiek. Maar ik had beiden nog liggen. En in het kader van dit project leek het me mooier in het verhaal te passen als ik ook aan voorraadwegwerking deed.

Wat dan het gerecycleerde materiaal is? Dat leest u binnenkort, alhier!

zondag 24 april 2011

Slaapzak voor een oerbaby

Ik heb wel eens last van enige 'oerreflex'. Om een voorbeeld te geven: mijn moeder stak bij het flamberen de keuken bijna in brand en ik vluchtte naar boven. U leest dat goed: naar de ruimte die zich boven het plafond bevond dat ei zo na in lichterlaaie stond. Erg intelligent, wat u zegt. Een vriend van me benoemde dat later als oerreflex: de apen kruipen bij brand ook in de bomen. Het lijkt me niet echt een zegen, oerreflexen.

Al kan ik dat nog niet met zekerheid zeggen, Zanne lijkt heel wat van dat 'oer' te hebben meegekregen. Ze is nu ruim zeven maanden, maar kan nog steeds naar eten zoeken zoals ze deed toen ze 1 minuut oud was. Ze schudt met haar hele lijfje als een hongerig biggetje, het heeft echt iets van een jong dier, iets wat we bij haar zus nooit zo sterk hebben gemerkt. Ook haar nood aan affectie is veel groter. Ze snuffelt, sabbelt, knuffelt, kruipt met haar neus zo diep mogelijk in je nek, ze voelt aan alles met overtuiging. Slapengaan gaat gepaard met een zoektocht naar zo veel mogelijk zachtheid. Ze heeft een echte knuffel, maar vindt het meeste rust in een slaapzak met lange mouwen, om aan de snuffelen (hoewel men dat hier niet zo graag ziet.)

We hadden een winterexemplaar. Maar in deze Tropische Paasvakantie stond dat garant voor een Plakkezanne in de ochtendstond. Vorig jaar won ik bij Ruimtevisser het boek Cool Baby. De ontdekking van haar blog stond meteen ook garant voor een regelmatige 'dagopkikker', want Ruimtevissers kinderen verkopen praat waar menig stand-up-comedian iets van kan leren. Nu kan ik eindelijk eens laten zien wat ik met mijn verworven boek heb gedaan.

Het hele boek baadt in een soort van 'klinkt-het-niet-dan-botst-het'-sfeer, die uitzonderlijk goed bij mijn gebrek aan geduld past. Doorgaans hou ik zelf nogal van millimeterstiksels, maar de projecten in het boek vragen om wat ruwer werk en maken 'slordig' tot een soort van coole stijl op zich. In het boek staat beschreven hoe je van een in onbruik geraakt t-shirt van jezelf een grappig meisjesjurkje kan maken. De stap naar een slaapzak vergt dan bijzonder weinig denkwerk: één ondernaad om precies te zijn.

Ik vond in het kringwinkelritsassortiment van collega Pernel een bruine rits met een 'zachte onderkant'. Hoera, rits wegwerken aan de binnenkant ook al niet nodig. En ik had geluk wat de maat betreft: een t-shirt van mij heeft met mouw en al net dezelfde totale breedte als een longsleeve van Zanne.

Een uurtje later, uit twee oude t-shirts: een slaapzak.


Wie zou er nu nauwkeurig te stikken in een shirt dat in de was toch al scheef trok? Part of the style! En voor Zanne niets leukers dan snuffelen aan een stof die al enige afgewassenheid vertoont.

Voor wie ook gelukkig wil worden van de kracht van de nonchalance en bovendien wel wat voelt voor het betere recyclagewerk: